Alles in je leven doet er toe!

contact twitter

blog


10 augustus 2014
Een labyrint voor Xandra

Het is een prachtige ochtend in oktober. De wind om me heen waait de bladeren op. Ik sta op het pleintje voor de praktijk van het gezondheidscentrum. Ik buk me en trek met gekleurd stoepkrijt de lijn van het eerste klaverblad op de tegels. Thuis heb ik het ontwerp gemaakt van wat hier straks een labyrint in de vorm van een klavertje vier gaat worden. Terwijl ik de tweede lijn in zachtgroen teken hoor ik achter me: Hallo, wij zijn er al. We zijn wat vroeg, we wilden graag op tijd zijn. Dat is voor Linda het prettigst. Ze loopt niet zo gemakkelijk. Ik kom overeind en zeg Fijn dat jullie er zijn en dat de gastvrouw Xandra binnen is en graag hen welkom heet met een kopje koffie. Linda lacht me breed toe. Ze trekt haar mond een beetje scheef en hupt even op haar voeten. Ze lopen allebei naar binnen. Ik maak mijn tekening van de contouren van het labyrint af. Als iedereen er is en de openingsceremonie is verricht, nodig ik de aanwezigen uit om buiten in een kring te komen staan.


Xandra staat naast me. Het is haar Praktijk voor psychosociale ondersteuning die vandaag geopend wordt. Op haar verzoek verzorg ik hier vandaag een workshop labyrint. Ze heeft haar praktijk de naam Lykka gegeven. Het klavertje 4 is het logo van het centrum. Lykka staat symbool voor geluk. Toen ik haar website las kreeg ik de inspiratie om speciaal voor haar een labyrint te maken. Het logo van haar centrum, het klavertje 4, geeft het zelf al richting. Zo ontstond al snel de hoofdvorm voor het labyrint. Door elk blaadje kun je lopen en je loopt door een ritme naar het midden. Ik heb het zo gemaakt dat er een in- en uitgang is en een midden. Terwijl het verkeer voorbij rijdt geef ik uitleg.


Een labyrint is een oersymbool. Het staat symbool voor onze zoektocht naar onze innerlijke bron. We kunnen dit symbool gebruiken om betekenis te geven aan een persoonlijk moment in ons leven waar we bij stil willen staan. Een labyrint is geen doolhof. Het is een geleid pad en het heeft maar één weg. Die weg leidt je via een meanderend patroon naar het midden en ook weer terug. Je kunt je toevertrouwen aan het labyrint. Als je je laat leiden door het pad kom je vanzelf in het midden terecht. Je staat daar dan stil. In het midden laat je los, je ontvangt, laat toe wat er komt en je loopt weer terug.


Vandaag lopen we het Lykka-labyrint, het klavertjevierlabyrint. Dit bestaat uit vier klaverblaadjes, die met elkaar verbonden zijn door een pad. Dit pad heeft de vorm van viermaal een lemniscaat. Elk lemniscaat, elk blaadje, staat voor een levensterrein:

De blaadjes komen samen in het midden, in de kern van het labyrint.

We gaan het labyrint samen opbouwen. Dat gebeurt in vier groepjes, die ieder hun eigen blad leggen. Iedereen krijgt een werktekening mee. Aan de hand hiervan kunnen met krijt of draad de punten van de blaadjes met elkaar verbonden worden. Zo ontstaat het pad tussen de lijnen. De lijnen worden versierd met natuurlijk materiaal: schors, klimop, oranje lampionnetjes en bladeren.


Terwijl de zon volop schijnt vraag ik de deelnemers om het labyrint te gaan lopen. Ik gaf hen de intentie mee om tijdens het lopen te denken aan geluk voor Xandra en geluk voor het centrum. Ik vraag hen om een vorm te zoeken om het antwoord op deze vragen aan Xandra cadeau te doen. De groepjes beginnen aan hun tocht. Ik zie hoe een van de deelnemers een ander helpt om het klaverblad mooi op te vullen. Vlakbij strijkt er een duif neer.


blog


12 mei 2014
(G)een warm bad voor Ingrid

De bel gaat. Ik loop naar de voordeur en daar staat Ingrid. Haar lichtbruine haar is in een staartje opgestoken. He, hallo, kom binnen. De koude lucht waait meteen de hal in. We geven elkaar een hand. Ze hangt haar jas onder de spiegel. Ik nodig haar uit om naar boven te lopen. Daar is mijn praktijkruimte. Terwijl ik thee zet denk ik aan ons gesprek van twee weken geleden. Ze was doorverwezen door haar huisarts. Ze zat niet lekker in haar vel. Ze had pijn, kon niet slapen, was snel geëmotioneerd. Zelf noemde ze het: mijn zielenleven is in de war, mijn hart is één zwart gat. De combinatie kinderen, baan, mantelzorg het was haar op haar veertigste allemaal teveel geworden. Ze begreep niet waarom ze steeds moest huilen. Haar moeder was 1 jaar geleden overleden. Ik loop met het dienblad naar boven. Ingrid zit aan de houten tafel met de rozenkwarts voor haar. We drinken thee en ik ga met haar in gesprek over het verdriet om haar moeder.
In de gesprekken met mijn klanten benader ik 3 kanten:

Ik help om de gevoelskant toe te staan. Wat naar bovenkomt is belangrijk om onder ogen te zien. Dat wil ik met Ingrid een plaats geven in de tijd, in haar levensloop. In elke levensfase komt de mens vragen tegen die hem/haar helpen zich verder te ontwikkelen, zelfbewuster te worden. Ingrid huilt terwijl ze over haar moeder praat. In de loop van het gesprek zegt ze: ik wil graag nog even kind zijn, dat ik lekker weg kan kruipen, de wereld even niet hoef te zien, maar dat kan niet. Ik vraag wat het voor haar betekent om zich zo te voelen. Haar tranen blijven komen. Het bleek dat haar moeder haar nooit liefde had kunnen geven, omdat ze psychisch ziek was. Ze zegt: ik zou in een warm bad willen zitten. Ik laat even een stilte vallen en zeg dan weloverwogen: ik heb hier een bad en van mij mag je er straks in gaan zitten. Ingrid wijst dat af. Ze zegt: dat moet je niet zeggen, dat is niet professioneel. Mij ging het erom hoe ze zou reageren als een ander (ik) lief voor haar is. Als je in zo'n situatie zit is het moeilijk en begrijpelijk dat je je geen kind meer wil voelen omdat je een volwassen vrouw bent. Ik probeer haar in een situatie te brengen waarin ze zich veilig voelt om verdriet te voelen om het gemis aan moederliefde. In ieders levensloop zijn terugkerende momenten. Momenten in het leven die je niet hebt kunnen dragen krijg je op een andere manier terug. Biografische gesprekken geven je dan de mogelijkheid om als volwassen mens met de kwaliteiten van nu, milder te worden voor jezelf. Ik stel Ingrid voor om in het volgende gesprek naar haar levensloop te kijken. Ze pakt haar agenda en we maken een afspraak. Haar handen voelen niet zo koud meer als toen ze binnen kwam. Ik geef haar een ansichtkaart van een moeder en kind mee om haar hart te verwarmen. Ingrid komt nog vaker bij mij langs. In de gesprekken geef ik haar alle tijd en ruimte en bespreek met haar: wat is haar verlangen? Wat is het verdriet dat eronder zit? Ze kan zichzelf geen liefde toestaan: ik ben toch geen kind meer! Ze is hard voor zichzelf in haar opstelling. Ik help haar om de gevoelskant toe te staan. Alles mag er zijn.


blog


3 maart 2014
Over mijn gewoontes

Ik weet het, ik heb goede en slechte gewoontes. Ik vind van mezelf dat ik een aantal goede gewoontes heb ontwikkeld, die te maken hebben met zuinigheid en zorg voor het milieu. Ik bewaar alle plastic zakken en heb in elke tas en jaszak er wel eentje gestopt voor een boodschap, je weet maar nooit. Beter mee verlegen, dan om verlegen. Ik gebruik mijn douchewater om de vloer te dweilen en de wc grondig door te spoelen. Ik heb natuurlijk ook een paar slechte gewoontes, ik leg mijn contactlens zomaar los op tafel als er een vuiltje in mijn oog zit en laat het daar liggen, ik schrijf van alles op losse briefjes en stop die in mijn handtas. Dat is een goede gewoonte om niets te vergeten. Maar ik schrijf meestal niet alles op, geen tijd of datum, geen telefoonnummer, dus dan kan ik er nog niets mee.



Uit ervaring weet ik dat gewoontes mij ook helpen om mijn slechte geheugen te compenseren. Als kind kon ik niet zo goed leren, omdat ik niet kon onthouden. Dat was lastig, maar gelukkig was ik slim genoeg en vond allerlei foefjes om dingen niet te vergeten. Bijvoorbeeld; ik bond een koordje of draadje aan mijn stoel bij mijn bed, als ik de volgende dag niet wilde vergeten om mijn zwemspullen mee te nemen. ´s Avonds voor het slapen gaan schreef ik vaak met mijn vingers op mijn voorhoofd wat ik de volgende dag moest doen, zoals fiets naar de fietsenmaker, mijn kleren opruimen, aquarium schoonmaken. Ik merkte dat het hielp en ik maakte er een gewoonte van. Het zit van nature in een kind van 4 tot 6 jaar om gewoontes te vinden hoe iets handig en fijn is om te doen. Dat heeft met het temperament van het kind te maken.



Op de leeftijd van 6 tot 10 jaar ga je de wereld buiten je huis en thuis ontdekken, je bent extra gevoelig om nieuwe dingen te leren, want de wereld om je heen wordt een stuk groter als je naar school en naar clubs gaat. De gewoontes die je dan hebt, helpen je het leren en leven goed te doorlopen, zelfs tot aan je ‘oude’ dag. Dus ben ik maar weer begonnen met een rood draadje te knopen aan mijn stoelpoot. Gewoontes hebben hun nut, behalve als ze voor jou dwangmatig worden. Dan word je slachtoffer van je gewoontes. Ieder mens kan een slechte gewoonte veranderen, maar dat vraagt om een sterke wil en doorzettingsvermogen en het kost tijd, meestal een week of zes, maar het kan, echt.


blog


5 oktober 2013
Hoezo vrijwilligerswerk, wie zit er op mij te wachten?

Nu ik de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, mag ik het wat rustiger aan doen. Ik mag nu gaan genieten van het leven. Elke maand krijg ik zomaar geld op mijn bankrekening, zonder dat ik verantwoording hoef te leggen aan collega´s en werkgever, wat ik bereikt heb en ook niet bereikt. Ik mag blij zijn dat ik gezond ben. Maar wel moet ik vrijwilligerswerk doen, want er is zoveel ellende in de zorg bijvoorbeeld, straks moet ik nog nee zeggen, omdat er teveel aan me wordt gevraagd. Dit zijn de opvattingen en verwachtingen in onze Nederlandse samenleving, die door alles heen sijpelen. Ik hoef maar een tijdschrift op te slaan, naar politici te luisteren, maar ook in mijn kennissenkring uiten mensen zich met op deze manier. En hoe komt het nu dat ik me daar helemaal niet prettig bij voel en steeds denk, dat gaat niet over mij. Wat ik mag, wil ik voor mezelf bepalen, nu genieten, hoezo, vrijwilligerswerk ligt voor het oprapen, waar dan? Iets opstandigs wordt in mij wakker. Oké dacht ik, die oordelen 65ers zijn er niet voor niets, zitten ze misschien ook stiekem in mij? Ik besloot een combinatie te maken van, gewoon doorwerken als ZZPer mevrouwmol, blijven zingen, dansen en piano spelen, oma voor mijn kleinkinderen zijn en ook vrijwilligerswerk te zoeken. Dus ik besloot toch maar eens op zoek te gaan naar dat vrijwilligerswerk in mijn eigen woonplaats, Dordrecht. Bij het wijkcentrum waar ik jarenlang (incidenteel) als trainer en coach actief was voor de vrijwilligers en bezoekers, besloot ik nu mijn tijd en energie belangeloos aan te bieden. Ik deed een voorstel van 3 nieuwe activiteiten, waar ik me voor in wilde zetten. Na een eerste enthousiaste reactie van het bestuur, heb ik na herhaalde contacten en vraag om reacties na een half jaar aangegeven dat mijn geduld op was en ik verder niet beschikbaar ben. Ik was gedesillusioneerd en teleurgesteld. Waarom willen ze mij niet, waarom pas ik daar niet? Ligt het aan mijn karakter, aan mijn kwaliteiten, ben ik te proactief? Tijd voor bezinning en om een nieuw pad in te slaan. Ik werd (met gemengde gevoelens) lid van de ANBO en bood me aan voor de activiteitencommissie. Na een jaar en 8 vergaderingen verder, voel ik me er nog steeds niet thuis en is er van mijn aanbod, inclusief nieuwe ideeën voor activiteiten, geen gebruik gemaakt. Ik voel me niet gezien, ik hang erbij. Ik word nauwelijks geïnformeerd en dat maakt me onzeker en onrustig. Wat nu te doen? Als derde pijl op mijn boog, heb ik me in mei me aangeboden bij het Therapeuticum De Zonneweg om nieuwe activiteiten te gaan organiseren. Ik ben nog in afwachting van een reactie. Ik moet toegeven, dat ik hierdoor wel mezelf tegenkom. Ik ben inderdaad gepensioneerd, maar zeker nog niet uitgerangeerd. Ik wil heel graag iets voor mensen betekenen, maar wel met mijn capaciteiten en wijsheid. Aan mijn vriendinnen vraag ik, Wat doe ik verkeerd, waarom kom ik er niet tussen? Ik krijg feedback dat raakt aan mij als actievoerster. Dat was mijn identiteit toen ik 30 jaar was. Wie weet ligt daarin iets op mij te wachten.


blog


21 juni 2012
Pianoles

Dit stuk heeft 4 mollen, dus dat is opletten geblazen. Nogal moeilijk, of nee, dat moet te doen zijn. Vroeger lukt dat toch ook, met flink oefenen. Eerst de rechterhand, dan de linker tot het zonder fouten gaat. En dan met twee handen tegelijk, rustig tempo en als dat helemaal goed gaat, dan de pedaal erbij. Zo zit ik nu tegen mezelf te praten, zittend aan de piano. Na jarenlange aarzeling besloot ik een paar weken geleden weer op pianoles te gaan. Mijn leraar is een rustige aardige man, zeker niet iemand om zenuwachtig bij te worden. En toch ik voel me als een kind, die niet goed haar best doet, te weinig thuis oefent en elke keer weer dezelfde fout maakt. Stom, oh sorry, he weer vals, roep ik elke keer als ik mijn geoefende stukjes laat horen. Ik voel het als gestuntel en gestotter. Maar vreemd genoeg voel ik ook een diepe blijdschap als mijn vingers over de toetsen glijden en mooie tonen en melodietjes ten gehore brengen. Vandaag realiseer ik me dat dat dubbele gevoel te maken heeft met de pianolessen van 50 jaar geleden. Na 8 lesjaren bij juffrouw Hendrikx (Breda) was ik zo blij te mogen stoppen. Ik voelde het echt zo, ik heb mijn best gedaan, maar in mij zat geen concertpianiste. Het mooie stukje van Beethoven Für Elise kon ik eindelijk foutloos spelen en ook nog wel een etude van Bach. Maar het klonk nooit zo mooi als mijn vaders spel of dat van mijn broer, die zonder één les achter de piano kroop en erop los speelde. Ik ging dan dansend en zingend achter hem staan. Mijn echtgenoot heeft altijd gezegd dat hij het leuk vond me te horen spelen, want hij was het die de knoop doorhakte en van ons spaargeld een piano kocht toen ik 38 jaar was. Nu speel ik niet meer zo af en toe een deuntje, maar studeer ik elke dag een half uur. De pianiste van mijn huidige dansgroep heeft me titels gegeven van moderne eenvoudige stukjes. De notenvariaties in Step by Step bevallen me en mijn leraar ook.


blog


6 mei 2012
Wild schrijven

Samen met mijn zusje zat ik naast de waterval en schreef zonder mijn pen van het papier te halen op een spontaan gekozen woord, 5 minuten. "Maagden, de maag en de den samen vormen ze het woord maagden, hoe verrassend zo´n begin. De taal verleidt mij en leidt mij af om niet te hoeven voortschrijven vanuit het woord maagden. Maar toch. Maagden zijn er dus meer dan een. Ze hebben iets gemeen. Nog zo puur en rein, zo schoon en onschuldig. Tenminste zo kunnen maagden zijn. De keuze voor een levensstijl? Dit doet me plots herinneren aan een gesprek wat ik had op 15 jarige leeftijd met mijn vriendin Gerry. We zaten op de MMS en gingen naar dansles. We zaten op haar bed en zij vroeg me een geheim te bewaren. Ze was geen maagd meer, de jongen waarmee ze het gedaan had was heel lief. Het verwarde mij zo erg, onze vriendschap leek voor eeuwig beschadigd te zijn. De wekker ging af, pen neerleggen, de schrijftijd is om. Ik las haar mijn tekst voor en zij de hare. Tijdens het hardop lezen voelde ik dat deze herinnering nu achterwaarts beleefd een heel andere betekenis kreeg. Een dieper inzicht over de puber die ik was, waaraan een zo´n groot geheim kon worden toevertrouwd. Een meisje nog, dat dit nog niet kon dragen.


blog


19 februari 2012
Afscheid nemen, hoe doe ik dat?

Ik ging er voor zitten en een vreemd gevoel overviel me. Een mengeling van verlegenheid en onzekerheid aan de ene kant en daarnaast ook van dankbaarheid en opgelucht voelen brengt mijn maag in beroering. Op mijn laatste werkdag waren 30 collega's speciaal voor mij gekomen om me goedendag te zeggen en me een mooie toekomst te wensen. Het is vanzelfsprekend dat na 9 jaar inzet een bedankje, een bos bloemen, een lied en kadootjes op zijn plaats zijn. De verlegenheid heeft ermee te maken dat ik het ook vanzelfsprekend gevonden heb om me in te spannen op een manier dat er samen de schouders onder gezet kon worden. Dankbaarheid omdat ik hartelijke, trouwe en leergierige mensen heb ontmoet en heb mogen begeleiden. Er is samengewerkt zonder egoïsme, hebberigheid of onverschilligheid. De openheid en helderheid was kwaliteit want het kwam vanuit ieders hoofd en hart. Ik kan nu constateren dat ik door de aandacht en tijd voor mijn eigen belevenissen en door de feedback die ik gekregen heb me voldaan en vredig voel. Dit heb ik nodig om de onzekerheid over wat er van me worden zal, het hoofd te bieden.
Deze betaalde baan ligt nu in mijn verleden. Om nu te zeggen ik heb gewerkt bij . . . geeft mijn leven een nieuwe dimensie. Ik ga nu nieuwe deuren openen en me verwonderen in wat daarachter ligt. Dat is voor mij het mooiste in mijn leven, op ontdekkingstocht gaan.


Dank voor alle ontmoetingen, Monique


blog


6 februari 2012
Mijn grootste verlangen

Ik wil zo graag mezelf zijn, maar hoe doe ik dat? Pas ik me altijd aan, om geen ruzie te krijgen, is dat het? Als kind voelde ik me al anders, wat is dat toch met mij? Waarom word ik midden in de nacht wakker en voel me zo rot? Waar zal ik beginnen met vertellen, gewoon maar bij vandaag? Als je vertelt over wat je zoal meemaakt en iemand luistert met aandacht naar je, dan hoor je eigenlijk of het klopt wat je zegt. Je kunt door jezelf verrast worden, over hoe je denkt en wat je voelt. Zo kun je op zoek zijn naar wie je wilt zijn en dat dat iemand anders is dan je denkt te zijn. Je bent een zus of broer, een zoon of dochter, maar, je bent ook een collega, een teamspeler, een vriend(in), zoveel rollen als je hebt in je leven. Maar wanneer ben je jezelf? Zou het kunnen zijn dat je door het leven pas jezelf gaat vinden? Je bestemming vind je door te worden wie je eigenlijk al bent.